Dr. R.A.M. (Rick) Honings

Position:
  • Post-doctoral researcher
Expertise:
  • Dutch language and culture
  • Modern (19th century) literature


Telephone number: +31 (0)71 527 2126
E-Mail: r.a.m.honings@hum.leidenuniv.nl
Faculty / Department: Faculteit der Geesteswetenschappen, Centre for the Arts in Society, Oude Nederlandse L&C
Office Address: Witte Singel-complex
P.N. van Eyckhof 3
2311 BV Leiden
Room number 3.06b


Fields of interest

18th and 19th-century and contemporary Dutch literature; literary institutions, literary celebrity culture, image building of 19th-century poets.

Research

During my four-year PhD research at Leiden University (2007-2011) I worked on a thesis that focused on the literary life between 1760 and 1860 and the functioning of such institutions as literary societies, publishing houses and reading circles. In my dissertation Geleerdheids zetel, Hollands roem! Het literaire leven in Leiden 1760-1860 (2011) I described the growing autonomy of the literary field and the increasing importance of the position of the author. To this end I implemented the theory of Pierre Bourdieu. Currently I am working as a post-doctoral researcher at Leiden University on the Veni-project The Poet as Pop Star. Literary Celebrity in the Netherlands 1780-1900.

Curriculum vitae

2013-present    Lecturer and scholar at Leiden University (Veni).
2012-2013        Niels Stensen Scholarship, Free University of Berlin.
2007-2011        PhD candidate, Dutch Language and Culture, University of Leiden.
2006-2007        Master in teaching Dutch, ICLON, Leiden University (cum laude).
2005-2006        Master Dutch Language and Culture, Leiden University (cum laude).
2002-2005        Bachelor Dutch Language and Culture, Leiden University.
1996-2002        VWO, Bernardinuscollege Heerlen.
1984                 Born in Heerlen.

Rick Honings & Peter Zonneveld,  Een tint van het Indische Oosten: reizen in Insulinde 1800-1950. Hilversum: Verloren, 2015. ISBN 9789087045227. 304 blz.

Een tint van het Indische Oosten gaat over reizen in Insulinde. Zo’n boek was er nog niet. In de negentiende eeuw kreeg men meer belangstelling voor de binnenlanden van de kolonie. Onder invloed van de Verlichting wilde men vooral kennis vergaren over landen en volken. Door de Romantiek idealiseerde men de ‘edele wilde’, onaangetast door de westerse beschaving. Dat leidde tot ontdekkingsreizen, die een volkenkundig, botanisch, zoölogisch of geologisch karakter hadden. Door de toegenomen Europeanisering kwamen daar toeristische reizen bij, vooral in de twintigste eeuw. In deze bundel worden drieëntwintig reizigers uit de periode 1800-1950 besproken. Wat vonden zij van natuur en landschap, van de inheemse bevolking? In hoeverre keken ze met westerse ogen? Wat zagen ze dan? Binnen het koloniale discours waarin zij opereerden, traden allerlei nuances op, die een rijk geschakeerd beeld opleveren. Dat is de belangrijkste conclusie van deze verrassende bundel.


Key publications

Rick Honings & Jaap Goedegebuure (ed.), Mystiek lichaam van Frans Kellendonk. Voorgelezen door Ilja Leonard Pfeijffer. Amsterdam: Rubinstein, 2015. ISBN 9789047617952. 45 blz.  

Frans Kellendonks roman Mystiek lichaam (1986) geldt als een hoogtepunt in onze naoorlogse literatuur. Het boek schittert door zijn spitse, ironische stijl en biedt een pittige mix van komedie, satire en maatschappijkritiek. In een tijd dat het CDA zich sterk maakte voor het gezin als ‘hoeksteen van de samenleving’, liet Kellendonk zien wat er aan het einde van de twintigste eeuw nog van dat ideaal rest: vader Gijselhart is een gevoelloze en treiterzieke vrek, dochter Magda alias ‘Prul’ een Bewust Ongehuwde Moeder zonder veel verantwoordelijkheidszin en zoon Leendert een seropositieve homoseksueel en charlataneske kunsthandelaar. Treffend genoeg ontbreekt moeder Gijselhart in dit gebroken geheel. Kellendonk geeft zijn zedenschets de inbedding van de christelijke leer waarin het huwelijksverbond wordt gezien als de aardse afspiegeling van de spirituele band tussen Christus en zijn kerk. Van dit ‘mystieke lichaam’, ooit beschouwd als het onwrikbare fundament van sociale cohesie en gemeenschapszin, resteert in het postmoderne tijdperk nog slechts een ruïne.

Mystiek lichaam wordt voorgelezen door schrijver en dichter Ilja Leonard Pfeijffer. De begeleidende tekst is geschreven door de Leidse neerlandici Rick Honings en Jaap Goedegebuure. Zij gaan onder meer in op Kellendonks kanttekeningen bij de multiculturele samenleving waarmee hij anticipeerde op een discussie die vijftien jaar later werd aangezwengeld door Pim Fortuyn, op de beschuldigingen van sommige critici dat de roman antisemitische, vrouwonvriendelijke en homofobe tendensen vertoonde en op de talloze verwijzingen naar twintig eeuwen cultureel en religieus erfgoed. 


Rick Honings & Peter van Zonneveld, Hildebrand, Camera Obscura. Tekst in Context 12. Amsterdam University Press, 2014. ISBN 9789053566169.103 blz.

De Camera Obscura is niet alleen een héél bekend maar ook een heel leuk boek uit de negentiende eeuw. Met geamuseerde, soms spottende blik bekijkt de student Hildebrand de wereld om hem heen. Hij lacht om de burgerlijke samenleving met haar vaste gewoonten, haar sterke sociale controle en haar isolement. Het was de tijd dat de stadspoorten ’s avonds nog dichtgingen, en men alleen kon reizen met de trekschuit of de diligence. De omgang tussen jongens en meisjes was strak geregeld. Iedereen moest zijn plaats weten en wee je gebeente als je daarvan probeerde af te wijken.

De belangrijkste verhalen uit deze gevarieerde bundel ‘De Familie Stastok’ en ‘De Familie Kegge’, worden in dit nieuwste deeltje in de Tekst in Context-reeks beknopt weergegeven en nader toegelicht. Daarbij komen niet alleen de economie, het onderwijs, de armenzorg en de standenmaatschappij aan bod, maar ook de mode, ontspanning en vermaak en het studentenleven. Zo ontstaat een beeld van een samenleving die, ondanks alle verschillen, toch verrassend veel met de onze gemeen heeft.

De reeks Tekst in Context, onder redactie van Hubert Slings, brengt historische literatuur voor het voortgezet onderwijs volgens de actuele didactische eisen. De delen bevatten de bewerkte historische tekst, zijn uitbundig geïllustreerd en geven veel informatie over de historisch-sociologische context. De serie is enthousiast onthaald door docenten en leerlingen op scholen voor havo en vwo.


Rick Honings en Peter van Zonneveld, De gefnuikte arend. Het leven van Willem Bilderdijk. Amsterdam: Bert Bakker, verschijnt in oktober 2013.  

Willem Bilderdijk is een van de merkwaardigste mannen die ooit in ons vaderland hebben rondgelopen. Een omstreden figuur, wiens grillige levensloop bepaald werd door politieke twisten, ballingschap, miskenning, ziekte, armoede, kindersterfte en doodsverlangen, maar ook door de liefde en de waardering van een kleine schare toegewijde leerlingen. Een aartsconservatieve romanticus in woelige tijden, gefnuikt in zijn ambitie om zijn talenten volledig te ontplooien. Zijn strijd tegen de geest der eeuw bezorgde hem vele vijanden en weinig vrienden. Over één ding waren allen het echter eens: hij was een virtuoos dichter. Zijn kommervolle bestaan wordt weerspiegeld in zijn vele verzen; hij bezong alles wat los en vast zat, zelfs najaarsvliegjes en het koken van eieren inspireerden hem. Dit rijk geïllustreerde boek vertelt het verhaal van zijn leven, op grond van zijn poëzie, brieven en andere documenten. Uit getuigenissen van hemzelf en anderen rijst in De gefnuikte arend een beeld op van een veelzijdige figuur, een melancholieke hypochonder met een enorme werkkracht, die onder invloed van opium nachtenlang in verzen sprak.  

‘Bilderdijk is de meest fascinerende figuur van zijn tijd, een man van uitersten, tegenstrijdigheden, overdrijvingen en conflicten. Zijn leven is zijn belangrijkste kunstwerk. Er is geen levensbeschrijving – leesbaar, en voor een breder publiek – van Bilderdijk verkrijgbaar. Het oude liedje. Het zegt meer over ons dan over hem.’ (Gerrit Komrij)

‘Een ruziemaker, een aartsreactionair en vooral een melancholicus van de meest moordende soort.’ (Boudewijn Büch)

‘Een operazanger, die als oefenlokaal de ruimte van een toilet krijgt toegewezen’ (Godfried Bomans)

‘Als men de mensch Bilderdijk eenmaal heeft leeren kennen, voorzoover dat uit bescheiden mogelijk is, en men is voor zulke gestalten ontvankelijk, dan oefent deze een onvergankelijke aantrekking uit.’ (J.C. Bloem)

 


Rick Honings, Lotte Jensen & Olga van Marion, Schokkende boeken! Hilversum: Verloren, 2014. 333 blz. ISBN 9789087044572.

Schokkende boeken zijn van alle tijden. Of ze nu pornografisch, bizar, racistisch, staatsgevaarlijk of godslasterlijk werden genoemd – in de loop der eeuwen hebben heel wat boeken voor beroering gezorgd in het literaire, politieke en maatschappelijke leven. Reynaert en zijn homoseksuele neigingen zorgden al voor ophef in de middeleeuwen. Dat gold eveneens voor staatsgevaarlijk drama uit de zeventiende eeuw en godslasterlijke gedichten uit de achttiende eeuw. Ook in de negentiende en twintigste eeuw verschenen tal van politiek incorrecte, xenofobe, pornografische en in andere opzichten extreme werken. Schokkende boeken! biedt een overzicht van werken uit de Nederlandse literatuur die in hun tijd als schokkend werden ervaren, en dat nog altijd zijn. Volgens drie thema’s worden deze besproken: het lichaam, de geest en de vorm. Zo ontstaat een eerste overzicht door de tijd heen, vanaf de middeleeuwen tot nu.


Rick Honings & Olf Praamstra (red.), Ellendige levens. Nederlandse schrijvers in de negentiende eeuw. Hilversum: Verloren, 2013. 286 blz. ISBN 9789087043742.

Lang is de negentiende eeuw afgeschilderd als een gezapig tijdperk met brave dominees die in de literatuur de toon aangaven. Maar achter de façade van huiselijk geluk ging een wereld van leed schuil. Hoe treurig zijn de levens van zelfmoordenaars als Boniface en HaverSchmidt, hoe door leed geteisterd die van jonggestorven schrijvers als Drost, Van der Hoop jr. en De Génestet, hoe moeizaam slepen auteurs als Haafner, Helmers, Multatuli, Busken Huet en Emants zich door het aardse tranendal, terwijl weer anderen als Post, Potgieter en Kloos hun leven lang worden achtervolgd door een ongelukkig jeugd. Aan ellende is er in de hier bijeengebrachte levens geen gebrek.


Rick Honings (ed.), Het onbedwingbare hart. Een keuze uit het werk van de Leidse dichter Johannes le Francq van Berkhey (1729-1812). Zouterwoude: Uitgeverij Astraea, 2012. 210 blz (rijk geïllustreerd, in kleur).
ISBN 9789075179316.

De schrijver Johannes le Francq van Berkhey (1729-1812) was wereldberoemd in Leiden. Als hij zijn gedichten voordroeg, konden velen de ogen niet droog houden. Maar lang niet iedereen kreeg er zijn handen voor op elkaar. 
    De persoon van Berkhey was namelijk niet onomstreden. Er was in de tweede helft van de achttiende eeuw geen Leidenaar die zo werd geplaagd, gesard en gedemoniseerd. In zijn grote oeuvre echter zijn schitterende gedichten te vinden, die nog altijd voor veel leesplezier zorgen. Ook in 2012, tweehonderd jaar na het overlijden van de excentrieke Leidse dichter. 
    Berkhey schreef vooral gelegenheidspoëzie. De geboorte of het overlijden van een kind, een huwelijk, de actuele politieke gebeurtenissen of de ontploffing van het kruitschip in Leiden: hij greep elke gelegenheid aan om zijn gedachten en gevoelens in versvorm te vatten. Berkhey was boven alles ook vaderlander. Hij geldt in de Nederlandse literatuurgeschiedenis als een van de meest hartstochtelijke verdedigers van het Huis van Oranje. Zijn politiek activisme maakte van hem in de jaren tachtig van de achttiende eeuw een prinsgezinde cultfiguur, maar bracht hem ook in grote moeilijkheden. 
    Deze rijk geïllustreerde bloemlezing, samengesteld door Rick Honings, doet recht aan Berkheys veelzijdigheid. Aan de hand van zes plaatsen van herinnering wordt de lezer gevoerd langs locaties uit het leven van deze Leidse dichter.


Joost van Driel & Rick Honings (red.), Pornografie in de Nederlandse literatuur. Amsterdam: Nijgh & Van Ditmar, 2012. 288 blz. ISBN 9789038895307. 

Pornografie is een van de meest populaire, maar tegelijkertijd minst bestudeerde genres in de literatuur. Lange tijd hebben pornografische en erotische teksten in de taboesfeer verkeerd. Veel teksten zijn vernietigd of onbekend gebleven. Voor de literatuur- en cultuurgeschiedenis bieden zij echter een schat aan informatie. 
    In Pornografie in de Nederlandse literatuur buigen hedendaagse letterkundigen en schrijvers zich over de pornografische traditie in Nederland en Vlaanderen. Zij gaan in op de literaire functie van pornografie, maar ook op haar filosofische en sociologische achtergrond. Zo verhaalt Herman Pleij over de noodzaak van vuilschrijverij in de middeleeuwen, vertelt Marita Mathijsen over ‘De bruiloft van Jacob Stootgraag’ uit de negentiende eeuw, beschrijft Ton Anbeek de functie van erotiek bij Wolkers en Reve en onderzoekt Marja Pruis de porno-uitdaging van hedendaagse schrijvers, van Oek de Jong tot Heleen van Royen. Arnon Grunberg tenslotte gaat op zoek naar ‘de mens achter de vunzigheid’.  
    Pornografie in de Nederlandse literatuur biedt het eerste historische overzicht van wat misschien wel het meest subversieve genre uit de Nederlandse literatuur is geweest.


Suzanne Fagel, Eep Francken & Rick Honings (red.), Strijd! Polemiek en conflict in de Nederlandse letteren. Leiden: Leiden University Press, 2012. 240 blz. ISBN 9789087281687.  

Niets menselijks is de schrijver vreemd. Hij ergert zich aan zijn collega, aan de criticus die zijn boek afkraakt of aan de corrupte staat van de mensheid zelve. Dan grijpt hij naar het beste wapen dat hij heeft: de pen. Deze bundel bevat zesentwintig korte beschouwingen over verschijningsvormen van strijd en conflict in de Nederlandse letteren. Vanaf de vroegste polemiek in het Nederlands in de middeleeuwen, dwars door de geschiedenis, tot en met de vete tussen Herman Brusselmans en Arnon Grunberg in de eenentwintigste eeuw. Maar ook de literatuur zelf komt aan bod. In drie gedichten en een verhaal, speciaal voor deze bundel geschreven, leveren Maria van Daalen, Willem Jan Otten, Anton Korteweg en Oek de Jong hun visie op het thema 'strijd'. Dit boek verscheen ter gelegenheid van het afscheid van Jaap Goedegebuure als hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit Leiden.


Geleerdheids zetel, Hollands roem! Het literaire leven in Leiden, 1760-1860. Leiden: Primavera Pers, 2011. 497 blz. ISBN: 9789059971141. [Dissertatie]

‘Geleerdheids zetel, Hollands roem!’ Zo noemde Willem Bilderdijk de Sleutelstad in zijn gedicht ‘Afscheid aan Leyden’ uit 1827. Het was een treffende typering. Leiden was tussen 1760 en 1860 een broedplaats van culturele activiteiten. Als literair centrum wist het nationaal de aandacht te trekken. Na de culturele bloeiperiode van de late zestiende en vroege zeventiende eeuw was de stad een minder prominente plaats gaan innemen, maar in de tweede helft van de achttiende eeuw vond er een heropleving plaats. Dat was mede te danken aan de oprichting van twee genootschappen: de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde en Kunst wordt door arbeid verkreegen. Tot in de tweede helft van de negentiende eeuw nam Leiden opnieuw een sleutelpositie in.
   Naast Bilderdijk woonden en werkten in de stad ook andere bekende auteurs, zoals Nicolaas Beets (Hildebrand), Johannes Kneppelhout (Klikspaan) en François HaverSchmidt (Piet Paaltjens). Bovendien was er een breed scala aan dichtgenootschappen, leesgezelschappen en leesbibliotheken. Ook de Schouwburg, de vele boekverkopers en de tijdschriften droegen bij aan dit literaire klimaat.
   In deze roerige tijd vervulde de literatuur een sociale functie. Dit boek laat zien hoezeer de letterkunde verweven was met historische gebeurtenissen zoals de strijd tussen patriotten en prinsgezinden, de buskruitramp, de Belgische Opstand en de revolutie van 1848, en het zoeken naar nationale eenheid en identiteit. Tegelijkertijd schetst het boek een levendig beeld van het literaire leven in een Hollandse provinciestad.


Vrouw van het Vaderland. Jacoba van Beieren in literatuur en kunst. Onder redactie van Rick Honings en Olga van Marion. Haarlem: Kastelenstichting Holland en Zeeland, 2011. ISBN: 9789461691927.

Het turbulente leven van de middeleeuwse gravin Jacoba van Beieren (1401-1436) spreekt al eeuwenlang tot de verbeelding. We bewaren haar portretten, haar boog en zelfs haar vlecht. Die laatste mag misschien niet authentiek zijn, maar blijft onderzoekers en andere belangstellenden tot op heden wel fascineren. Ook vele schrijvers en kunstenaars hebben zich in de afgelopen eeuwen laten inspireren door het leven van deze tragische gravin. In dit boek staat de beeldvorming rondom Jacoba van Beieren centraal, in literatuur en kunst, vanaf de middeleeuwen tot de eenentwintigste eeuw. Diverse onderzoekers gaan in op het beeld van Jacoba in verschillende perioden, zoals Antheun Janse, Lotte Jensen en Jaap Goedegebuure.


‘Ô bloem der steden’. Bilderdijk en Leiden. Catalogus bij de tentoonstelling ter herdenking van Bilderdijks tweehonderdvijftigste geboortejaar op 7 september 2006. Leiden: Universiteitsbibliotheek Leiden, 2006. ISSN 09219293, deel 73.

Op 7 september 2006 was het 250 jaar geleden dat Willem Bilderdijk (1756-1831) werd geboren. Ofschoon deze blijde gebeurtenis plaatsvond aan de Westermarkt te Amsterdam, is het niet zonder reden dat Bilderdijks geboortedag wordt herdacht in Leiden. Hier werd hij voor het eerst als dichter gewaardeerd, hier bracht hij een gelukkige studententijd door, en hier vond hij op oudere leeftijd een kleine schare toegewijde leerlingen. Toen hij na een jarenlange ballingschap terugkeerde in het vaderland, ging hij in Leiden wonen. Als dichter, schrijver en geleerde heeft Willem Bilderdijk, meer dan wie ook, een stempel op zijn tijd gedrukt. Zijn kwaliteiten als poëet hebben nooit ter discussie gestaan, maar zijn scherpe kritiek op van alles en nog wat riep veel weerstanden op. Dat heeft echter ook stimulerend gewerkt. In zijn verzet tegen de geest der eeuw werd deze conservatieve romanticus een factor van betekenis. Wie zich bezighoudt met de negentiende eeuw, kan niet om Bilderdijk heen. Dit boek is verschenen als catalogus bij de gelijknamige tentoonstelling.


François HaverSchmidt, Met de vrienden op reis in Zwitserland in 1881. Uitgegeven, ingeleid en toegelicht door Rick Honings. Leiden: Stichting Neerlandistiek Leiden, 2006.

Deze editie van een onbekend reisverhaal van François HaverSchmidt, beter bekend als Piet Paaltjens, laat een heel andere kant van de schrijver zien. HaverSchmidt wordt gezien als een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de Romantiek in de Nederlandse literatuur. De van nature zwaarmoedige schrijver pleegde in 1894 zelfmoord. In het verslag dat hij in augustus 1881 maakte over zijn reis naar Zwitserland, is hij echter opgewekt van toon en wordt hij overweldigd door de natuur. Het reisverslag las hij voor bij de Vereniging Paulus in Schiedam. Zijn verhaal staat in een duidelijke traditie van romantische reisliteratuur in de negentiende eeuw.

Zie ook twee artikelen in de Volkskrant en in NRC.


Articles (selection):

  • ‘Dutch Institutional Reading Culture in the Early Nineteenth Century. An Exploration and a Comparison’, in: Journal of Dutch Literature 3 (2012), 21-46 (met Arnold Lubbers).
  • ‘The melodramatic era. Theatre in Leiden in the first half of the nineteenth century’, in: Neerlandica Wratislaviensia 20 (2012), 93-112.
  • ‘The Great Disagreeable? A different image of Willem Bilderdijk’, in: Akten des XII. Kongress der Internationalen Vereinigung für Germanistik. Vielheit und Einheit der Germanistik Weltweit. Band 3. Frankfurt am Main 2012, 267-274.
  • ‘Van grootste dichter tot rijmelende kwakzalver. Multatuli’s aanval op Willem Bilderdijk’, in: Over Multatuli 35 (2012), 4-21.
  • ‘Permanente polemist of vulgaire hork? Herman Brusselmans en zijn strijd tegen de literatuur’, in: Suzanne Fagel, Eep Francken & Rick Honings (red.), Strijd! Polemiek en conflict in de Nederlandse letteren. Leiden: Leiden University Press, 2012, 204-211.
  • ‘Genezen, uit ingeschapen neiging geboren. Boerhaave en het geniebegrip in de negentiende eeuw’, in: Spiegel der Letteren 4 (2012), 491-508.
  • ‘Een ruwe diamant, maar van het eerste water’. Het Vondel-beeld in de vroege negentiende eeuw’, in: De Zeventiende Eeuw 28 (2012), nr. 2, 175-194.
  • ‘Een student bij de grijze heren. Nicolaas Beets en de Hollandsche Maatschappij van Fraaije Kunsten en Wetenschappen’, in: De Negentiende Eeuw 35 (2011), 154-168.
  • ‘Een zoet vergif voor verstand en hart. De ontwikkeling van de leescultuur in Leiden, 1760-1860’, in: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 127 (2011), 263-289.
  • Een nieuwe grondwet, een nieuw geluid. De Maatschappij, Siegenbeek en de revolutie van 1848’, in: Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden 2009-2010. Leiden: Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, 2011, 82-94.
  • ‘“Toongeefster van den goeden smaak”. De Hollandsche Maatschappij van Fraaije Kunsten en Wetenschappen, 1813-1833’, in: Nederlandse Letterkunde 15 (2010), 103-125.
  • ‘De verstoring van de Muzen. De Belgische Opstand en het literaire leven’, in: Spiegel der Letteren 52 (2010), 307-336.
  • ‘De Groningse Oscar Wilde. Over de literaire positionering van Jean Pierre Rawie’, in: Vooys. Tijdschrift voor letteren 28 (2010), nr. 2, 104-116.

Last Modified: 10-12-2015